Interview

In een tijd waarin kritisch denken steeds belangrijker wordt gevonden binnen het onderwijs, rijst de vraag: Hoe geven we dit vorm binnen het (reken)onderwijs? Wij spraken met Marloes van Dijk, expert op het gebied van rekenonderwijs, pleit voor een aanpak die ruimte biedt aan denken, keuzes maken en reflecteren. 'We starten vaak te snel met het aanleren van één vaste oplossingswijze,' stelt ze. 'Maar juist het verkennen van meerdere mogelijkheden - het divergent denken - helpt kinderen om werkelijk inzicht te krijgen.' 

Van divergent naar convergent denken 

Volgens Marloes zou het rekenonderwijs moeten beginnen met een divergente insteek: kinderen uitdagen om verschillende oplossingsstrategieën te bedenken voor eenzelfde probleem. Pas daarna volgt het convergeren: samen nadenken over welke aanpak het meest efficiënt of passend is. 'In de huidige praktijk is er vaak maar één juiste manier. Dat beperkt het kritisch denken. Kinderen leren onvoldoende om bewust te kiezen welke strategie in een bepaalde situatie handig is.' 

Valkuilen in de praktijk 

Een van de grootste valkuilen is dat kinderen simpelweg niet weten welke strategieën er zijn, waardoor het hele proces van divergent denken stokt. Maar ook bij leerkrachten ziet Marloes valkuilen, vooral rondom het gebruik van het drieslagmodel (context-bewerking-oplossing). 'Als kinderen fouten maken, analyseren leerkrachten niet altijd goed waar in het drieslagmodel dat gebeurt. Daardoor geven ze hulp op het verkeerde moment in het denkproces.' 

Ze benadrukt ook het belang van reflectie bij leerlingen. 'Kinderen moeten leren hun antwoorden te controleren. Dat vraagt om ruimte aan het einde van de les om terug te blikken: wat heb ik gedaan en waarom? Dat is dé plek waar kritisch denken geoefend wordt.' Ze noemt als inspirerend idee: een lijst met honderd reflectieve vragen die leerlingen kunnen helpen bij die terugblik. 

De kracht van rijke rekenvragen 

Volgens Marloes ligt de sleutel tot het stimuleren van kritisch denken bij het gebruik van rijke rekenvragen. 'Die hebben niet één goed antwoord, maar nodigen juist uit tot denken, redeneren en samenwerken.' Ze wijst erop dat de keuze voor dit soort vragen afhankelijk is van het lesdoel. 'Als het draait om de beheersing van een vaste strategie, zijn deze minder geschikt, maar bij het leren kiezen van een passende strategie of doelen als samenwerken of redeneren, zijn ze essentieel'. 

Ze haalt hierbij ook het werk van Mark van Zanten aan, die pleit voor vragen die het leren stimuleren. 'In plaats van steeds vraag-antwoord, kun je ook vragen stellen als: welke sommen horen bij elkaar? Welke vind jij makkelijker? Zulke vragen doorbreken het didactisch contract en zetten kinderen echt aan het denken.' 

Een verrassend inzicht van Marloes is dat rijke rekenvragen ook kunnen bijdragen aan het rekenplezier van zwakkere rekenaars. 'Juist doordat er meerdere goede antwoorden mogelijk zijn, voelen zij zich meer competent. Ze kunnen hun eigen manier gebruiken en ervaren succes.' 

Tot slot 

Kritisch denken in het rekenonderwijs vraagt om meer dan alleen het aanleren van procedures. Het vraagt om ruimte voor denken, voor het maken van keuzes en voor reflectie. Met rijke rekenvragen, een doordachte analyse van fouten en een lesafsluiting vol reflectievragen kunnen we leerlingen helpen om echte rekenaars te worden. Die niet allen sommen maken, maar ook begrijpen wat ze doen en waarom.  

© 2025 Alle rechten voorbehouden
Mogelijk gemaakt door Webnode Cookies
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin