Rekenonderwijs

Rekenonderwijs in het basisonderwijs vormt een essentiële basis voor de wiskundige ontwikkeling van kinderen. Het helpt hen bij het begrijpen en toepassen van numerieke concepten in zowel academische als alledaagse situaties.

Huidige didactische aanpakken

Er zijn verschillende benaderingen van het rekenonderwijs, de twee meest voorkomende en uitliggende worden hieronder toegelicht.

De eerste benadering is het realistisch rekenen, ook wel RME. RME maakt gebruik van context gebonden leren en het stimuleert het probleemoplossend vermogen van leerlingen. De leerkracht is bij RME niet op zoek naar het ene juiste antwoord, maar richt zich meer op het denkproces dat achter een antwoord zit. De leerlingen krijgen ruimte om zelf, met waar nodig enige begeleiding, rekenen te onderzoeken en op die manier wiskundig inzicht te krijgen (De Jong, 2024).

De tweede benadering is het traditionele rekenen, waarbij wordt ingezet op het goed uitvoeren van rekenprocedures. Hierbij wordt voor veel wiskundige aspecten een stappenplan uitgelegd, waarmee de leerlingen oefenen zodat ze de procedure correct uitvoeren (Doing et al., 2021). Herhaling van de basisvaardigheden en het volgen van een vast stappenplan staan centraal in deze aanpak.

Domeinen van het rekencurriculum

Het rekenonderwijs op de basisschool is onderverdeeld in zes domeinen (SLO, 2024). Ten eerste het domein getalbegrip. Dit domein richt zich op hele getallen (de telrij als hoeveelheden en de telrij als getallen), decimale getallen en breuken (als getal, niet als verhouding). Het tweede domein is bewerkingen (van getallen). Dit domein gaat over het optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen van hele getallen. Maar ook over decimale getallen, combinaties van en relaties tussen bewerkingen, bewerkingen met breuken en rekenen met een rekenmachine. Het derde domein is verhoudingen. Dit is het domein dat gaat over de wiksundetaal bij verhoudingen, procenten en breuken. Het rekenen en redeneren met verhoudingen en percentages. En de relaties tussen verhoudingen, breuken, procenten en decimale getallen. Bij het domein meten gaat het over lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, temperatuur, tijd, geld en samengestelde grootheden. Het vijfde domein is meetkunde, waarbij er wordt gekeken naar de oriëntatie binnen een ruimte en het construeren en opereren met figuren en vormen. Tot slot het domein verbanden, dat gaat over de verbanden in tabellen, grafieken, diagrammen en patronen.

Wijze waarop rekenen wordt aangeboden

Er bestaan verschillende methodes en materialen in het basisonderwijs om rekenonderwijs te geven of om rekenonderwijs te ondersteunen. Denk hierbij aan lesmethodes, fysieke materialen, digitale materialen en praktische toepassingen. De belangrijkste keuze die een school maakt op het gebied van rekenonderwijs is de keuze van de lesmethode. Deze keuze is namelijk bepalend voor de didactische aanpak van het rekenonderwijs op een school.

Maar naast de keuze van de methode is ook de keuze van de materialen van belang. Voor het Montessorionderwijs is het kenmerkend dat zij veel gebruiken maken van fysiek materiaal, zoals breukencirkels en rekenstokken (Lillard, 2008). Het gebruik van fysiek materiaal zorgt ervoor dat het rekenen minder abstract wordt wat leerlingen helpt om het wiskunde en/of rekenen te koppelen aan de werkelijkheid. Het koppelen aan de werkelijkheid zorgt ervoor dat leerlingen makkelijker verbanden kunnen leggen wat er dan weer voor zorgt dat rekenen tastbaarder wordt voor de leerlingen (Wij-leren.nl, 2024).

Naast het fysieke materiaal dat een leerkracht in kan zetten bij het rekenonderwijs, zijn er ook digitale hulpmiddelen zoals Snappet en Gynzy. Het inzetten van deze digitale hulpmiddelen kan leerkracht helpen om de ontwikkeling van individuele op een gemakkelijke manier in kaart te brengen. Daarnaast kan het leerlingen extra uitdaging bieden of juist extra oefening bieden op de gebieden waar dat van belang is.

Naast de vele hulpmiddelen die beschikbaar zijn, is het ook mogelijk om rekenen praktisch toe te passen. Het praktisch maken van rekenen zorgt ervoor dat leerlingen begrijpen waarvoor we oefenen met rekenen en het maakt rekenen minder abstract. Hierbij valt te denken aan realistisch maken van rekensituaties door bijvoorbeeld naar een winkel te gaan waar contact betaalt moet worden met geld of producten gewogen moet worden.

Kortom, in het rekenonderwijs worden er twee grote verschillende didactische aanpakken gebruikt, het RME en het traditionele rekenen. Daarnaast is het rekencurriculum in het basisonderwijs verdeeld in zes verschillende domeinen: getalbegrip, getal bewerkingen, verhoudingen, meten, meetkunde en verbanden. Als laatste zijn er nog verschillende factoren die meespelen in de wijze waarop rekenen wordt gegeven, zoals: de lesmethode, fysieke en digitale materialen en praktische toepassingen.   

© 2025 Alle rechten voorbehouden
Mogelijk gemaakt door Webnode Cookies
Maak een gratis website. Deze website werd gemaakt met Webnode. Maak jouw eigen website vandaag nog gratis! Begin